Het maatschappelijk werk en de problematiek van oorlogsgetroffenen

In dit betoog over de hulpverlening aan oorlogsgetroffenen wil ik met name ingaan op reakties en symptomen, die regelmatig voorkomen in deze tak van hulpverlening, om zodoende de maatschappelijk werker enig houvast te bieden in zijn kontakt met oorlogsgetroffenen.

Dezelfde oorlog, die voor iedereen anders was

Inleiding

Op het programma staat dat ik zal ingaan op het fenomeen ’oorlog’, een veel te zware term voor een tastend zoeken naar de niet te tellen gevolgen welke de gigant oorlog ruim veertig jaar geleden zou veroorzaken. Je kunt alleen maar proberen een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen van de gevolgen die de oorlog gehad heeft voor de zo uiteenlopende kategorieën van getroffenen, vervolgden, slachtoffers. Daar moeten we met elkaar over praten, op zo’n manier dat u er in het werken met uw eigen kliënten iets aan heeft.

De beleving van de Tweede Wereldoorlog door de verschillende kategorieën oorlogsgetroffenen

Inleiding

Het thema van mijn betoog is: de beleving van de oorlog door de verschillende kategorieën oorlogsgetroffenen. Ik wil voorop stellen dat iedereen de oorlog uiteraard op zijn eigen manier beleefd heeft en dat het onmogelijk is te spreken over ’de’ beleving van de oorlog door een bepaalde groepering. Wel acht ik het mogelijk in algemene termen iets te zeggen over deze beleving. Bijvoorbeeld door het weergeven van bepaalde gebeurtenissen en omstandigheden en hoe die ervaren zijn.

"Ook de vrede is voor mij een bange droom"

Toen aan mij de vraag werd gesteld door de samenstellers van dit info-boekje om in het kort op te schrijven wat de vrede van na de oorlog voor mij heeft gebracht of liever gezegd, voor mij betekent, stemde ik gelijk toe, want tegelijk zo dacht ik, als het in het kort moet, zou ik met één zinnetje en aan één regel van dit info-boekje voldoende hebben om dat duidelijk te maken, namelijk de volgende zin: "OOK DE VREDE IS VOOR MIJ EEN BANGE DROOM".

Natuurlijk heb ik meer ruimte van dit info-boekje nodig om uit te leggen, waarom dat voor mij zo is.

Laat ik dan maar zo beginnen.

Over de kondities waaronder „Transgenerationele Traumatisering" (”T.T.”) kan optreden

In 1980 verscheen in The American Journal of Psychotherapy een artikel van het echtpaar Rosenthal uit Worcester Massachusetts. (1) Een kritische bespreking van dit artikel zal het mij mogelijk maken de kondities te bespreken onder welke de oorlogstraumata kunnen worden overgebracht op de volgende generaties.

Hebben we ervan geleerd?

In het aflopende herdenkingsjaar is op grote schaal informatie gegeven over de jaren '40 - '45.

In boeken, over de radio en voor de T.V. zijn aangrijpende authentieke verhalen weer verteld opdat het niet vergeten zal worden en vooral opdat de jongeren het zullen weten. Ze moeten het precies weten. Ze moeten onze ellende begrijpen. Althans zo veel mogelijk; echt begrijpen kunnen ze het niet. Ze moeten horen wat er aan een oorlog vastzit, ook voor gewone burgers.

Wat betekent 40 jaar bevrijding voor mij?

Ik ben Bob, de jongste van drie kinderen, geboren in 1948, ruim na de oorlog dus. Toch voel ik het zo dat het de oorlog is en wat daarin met mijn ouders, m'n zusje en de rest van de familie gebeurd is, die bepalend is geweest voor wat er met mij is gebeurd .

Ik wil proberen een beeld te scheppen van m'n jeugd, m'n opvoeding, m'n leven en twijfels nu.

Het is een zware last om dat duidelijk te maken. Een zware last om in mezelf te graven en aan totale vreemden, die mij alleen als nummer kennen, deze gevoelige en gevoelszaken te laten zien. Waar te beginnen?

Het recht om pessimist te zijn : 2 mei 1945 ; veertig jaar later

De veertig jaar die verstreken zijn sedert mijn bevrijding uit een Nazi-concentratiekamp, hebben mij van een verstokt optimist tot een overtuigd pessimist gemaakt. Dat is een slechte zaak en niet alleen voor mijn eigen psyche.

Ze hebben ons in de steek gelaten

De Japanse bezetting

Ik ben geboren in 1931 en opgegroeid op Sumatra en Java. Toen de oorlog uitbrak, woonden we in Magelang op Java. Ik weet nog goed hoe het allemaal begon. We brachten mijn vader weg, hij was KNIL-militair; we namen afscheid onder een lantaarnpaal, hij reed weg met zo’n wagentje. We groetten elkaar, ik dacht dat ik hem over een paar maanden wel weer terug zou zien, maar hij is nooit meer teruggekomen. Het is zo’n herinnering die je nooit meer kwijtraakt. Mijn vader die wegreed, dat was het begin van alles: het mooie leventje was voorbij.

Pagina's